ECLI:NL:RVS:2012:BY3699
Raad van State · 21-11-2012 · zaaknummer 201112456/1/A2
Inhoudsindicatie
De Rb. heeft het besluit van 7 september 2011 aangemerkt als een besluit, als bedoeld in art. 6:18, eerste lid, Awb en op de voet van art. 6:19, eerste lid, gelezen in verbinding met art. 6:24 van die wet, bij het beroep betrokken. Zij heeft aan de vernietiging van dat besluit, voor zover het door wederpartij tegen het besluit van 30 september 2009 gemaakte bezwaar daarbij ongegrond is verklaard, ten grondslag gelegd dat de insteller van het beroep door het instellen ervan niet in een slechtere positie mag komen dan wanneer hij geen beroep had ingesteld. Hoewel dat anders is, indien het bestuursorgaan op grond van de in de procedure gebleken nieuwe feiten en omstandigheden bevoegd en verplicht zou zijn het bestreden besluit ten nadele van de belanghebbende te wijzigen, is daarvan in dit geval niet gebleken, aldus de rb. Zij heeft daartoe overwogen dat aan het besluit van 7 september 2011, voor zover thans van belang, ten grondslag is gelegd dat wederpartij voor het jaar 2008 geen overeenkomst kinderopvang heeft overgelegd en gesteld noch gebleken is dat de Belastingdienst daarvan ten tijde van het ingetrokken besluit van 15 september 2010 niet op de hoogte was, dan wel had kunnen zijn. De Belastingdienst betoogt dat de rb. aldus heeft miskend dat het toegekende voorschot, ook los van het beroepschrift, hangende beroep mocht worden herzien. Bij het besluit van 7 september 2011 heeft de Belastingdienst het besluit van 30 september 2009, waarbij het voorschot kinderopvangtoeslag 2008 is herzien, gehandhaafd, onder aanpassing van de motivering ervan. Op de herziening van een voorschot is art. 21, eerste lid, van de Awir, niet van toepassing. Ingevolge art. 16, vierde lid, van de Awir, kan de Belastingdienst een verleend voorschot herzien, indien na de verlening blijkt dat dit voorschot tot een hoger of lager bedrag is toegekend, dan waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld. Voor zodanige herziening is, anders dan de rb. heeft aangenomen, niet vereist dat er feiten of omstandigheden zijn, waar de Belastingdienst bij de toekenning van het voorschot niet van op de hoogte was en redelijkerwijs kon zijn. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, behoudens voor zover die het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 betreft.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
