ECLI:NL:RVS:2012:BY0148
Raad van State · 05-10-2012 · zaaknummer 201208918/1/V3
Inhoudsindicatie
Als gevolg van de op 14 augustus 2012 geuite wens asiel te willen vragen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf, als bedoeld in art. 8, aanhef en onder f, van de Vw 2000, gekregen. De minister heeft daarom terecht de bewaring op die dag krachtens art. 59, lid 1, aanhef en onder b, van de Vw 2000 voortgezet. Uit hetgeen hiervoor […] is overwogen volgt dat de minister na het door de vreemdeling intrekken van de aanvraag op 19 augustus 2012 voor het rechtmatig voortzetten van de maatregel van bewaring krachtens art. 59, lid 1, aanhef en onder a, van de Vw 2000, behoudens bijzondere omstandigheden, gehouden was aan de vreemdeling een terugkeerbesluit uit te reiken, omdat opnieuw vastgesteld dient te worden dat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is geëindigd. Nu in deze zaak geen sprake is van bedoelde bijzondere omstandigheden heeft de minister na het door de vreemdeling intrekken van zijn aanvraag ten onrechte geen nieuw terugkeerbesluit genomen, zodat het voortzetten van de maatregel van bewaring vanaf die dag onrechtmatig is.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
