ECLI:NL:RVS:2012:BY0144
Raad van State · 04-10-2012 · zaaknummer 201111865/1/V3
Inhoudsindicatie
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 29 augustus 2012 in zaak nr. 201207627/1/V3) kan een visum niet worden aangemerkt als een terugkeerbesluit als bedoeld in art. 62a, lid 2 Vw 2000. Dit is niet anders bij een visum dat is verstrekt vóór de implementatie van de Terugkeerrichtlijn in de Vw 2000, omdat ook daarin niet de volgens art. 3, aanhef en onder 4, gelezen in samenhang met art. 12, lid 1, en art. 7 van de Terugkeerrichtlijn vereiste schriftelijke administratieve beslissing is vervat dat de vreemdeling na afloop van de geldigheidsduur een terugkeerverplichting wordt opgelegd noch een mededeling van de termijn waarbinnen hij aan deze verplichting moet voldoen. De door de minister gestelde gelijkstelling tussen vrije termijn en vertrektermijn miskent bovendien dat, voordat tot het opleggen van een terugkeerverplichting binnen een daartoe, overeenkomstig art. 7 van de Terugkeerrichtlijn, gestelde termijn kan worden overgegaan, wordt vastgesteld dat het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal is of dit illegaal wordt verklaard en dat deze vaststelling eerst kan plaatsvinden indien het legaal verblijf - in dit geval de vrije termijn - is geëindigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
