ECLI:NL:RVS:2012:BX8730
Raad van State · 21-09-2012 · zaaknummer 201206319/1/V4
Inhoudsindicatie
De Afdeling heeft bij (…) uitspraak van 31 mei 2012 [in zaak nr. 201200257/1/V2 (LJN: BW7962)] het thematisch ambtsbericht [Xinjiang van de minister van Buitenlandse Zaken van maart 2011] en een brief van Amnesty International van 4 oktober 2011 betrokken. In het thematisch ambtsbericht is vermeld dat bij Amnesty International ten minste enkele gevallen bekend zijn waarin het vragen van asiel in het buitenland door de Chinese autoriteiten werd beschouwd als 'disloyalty to the motherland', hetgeen heeft geleid tot argwaan en onwelvoeglijk gedrag uitlopend op mishandeling. De autoriteiten zijn in dit verband volgens Amnesty International met name argwanend met betrekking tot Oeigoeren van wie bekend is dat zij in het buitenland om asiel hebben verzocht, in het bijzonder in Europa en Noord-Amerika waar Oeigoerse (mensenrechten)activisten actief zijn. In de brief van Amnesty International van 4 oktober 2011 is vermeld dat niet alleen een daadwerkelijke asielaanvraag kan leiden tot ondervraging en arrestatie bij terugkeer naar China. Ook het vermoeden dat een Oeigoer om asiel heeft verzocht, bijvoorbeeld wanneer hij langere tijd in het buitenland heeft verbleven, is voldoende aanleiding voor de Chinese autoriteiten om deze persoon bij terugkeer te ondervragen. Bij gedwongen terugkeer naar China zullen Oeigoeren, bij het bekend worden van de asielaanvraag of indien het vermoeden bestaat dat in het buitenland asiel is verzocht, in de bijzondere negatieve belangstelling komen te staan van de Chinese autoriteiten en een verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen. De Afdeling heeft in die uitspraak overwogen dat uit deze passages uit het thematisch ambtsbericht en de brief van Amnesty International van 4 oktober 2011 niet volgt dat een Oeigoer die langere tijd in het buitenland heeft verbleven of van wie de autoriteiten er van op de hoogte zijn dat in het buitenland om asiel is verzocht, bij terugkeer naar China reeds daarom een reëel risico loopt op schending van art. 3 EVRM. Door te overwegen dat in de brief van Amnesty International van 28 maart 2012, anders dan in voormelde brief van 4 oktober 2011 en het thematisch ambtsbericht, tweemaal uitdrukkelijk wordt gesteld dat Oeigoerse asielzoekers die terugkeren naar China een risico lopen op onmenselijke behandeling en dat dit ook geldt voor hen die niet politiek actief zijn, heeft de voorzieningenrechter niet de inhoud van de hiervoor (…) weergegeven passages van die documenten - in samenhang gelezen - onderkend. Het betoog van de minister dat de in de aangevallen uitspraak geciteerde passages uit de brief van Amnesty International van 28 maart 2012 niet wezenlijk andere informatie bevatten dan de (…) [hiervoor] weergegeven informatie die de Afdeling bij meergenoemde uitspraak van 31 mei 2012 heeft betrokken, slaagt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
