ECLI:NL:RVS:2012:BX8716
Raad van State · 26-09-2012 · zaaknummer 201203185/1/V3
Inhoudsindicatie
Uit het voorgaande volgt dat de vreemdeling slechts onderwerp is geweest van één terugkeerbesluit, vervat in de meeromvattende beschikking van 10 mei 2011. De minister heeft ook niet gesteld dat voorafgaand aan de uitvaardiging van het inreisverbod nog een ander terugkeerbesluit zou zijn genomen. Derhalve kon aan de vreemdeling niet op grond van voormeld artikel een inreisverbod voor de duur van vijf jaar worden opgelegd. Een ander oordeel zou bovendien niet stroken met de ratio van art. 6.5a van het Vb 2000. De wetgever kan met het vierde lid, aanhef en onder c, van die bepaling niet het oog hebben gehad op beslissingen die, zoals in dit geval onweersproken het geval is, geen zelfstandige betekenis hebben omdat daarmee niets wordt toegevoegd aan het eerdere terugkeerbesluit dat zijn werking nog niet heeft verloren, zodat daarmee feitelijk geen ander doel wordt gediend dan het openstellen van de bevoegdheid tot het uitvaardigen van een inreisverbod voor de duur van vijf jaar.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
