ECLI:NL:RVS:2012:BX7449
Raad van State · 11-09-2012 · zaaknummer 201106710/1/V2
Inhoudsindicatie
Gelet op het voorstaande, kan de minister pas van zijn bevoegdheid gebruik maken om ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in art. 14, lid 1, aanhef en onder e, van de Vw 2000, te verlenen, indien de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel is afgewezen. De onlosmakelijke samenhang tussen beide beslissingen brengt met zich, dat de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel tot gevolg heeft, dat reeds daarom de in hetzelfde besluit neergelegde weigering om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, eveneens dient te worden vernietigd. Nu de Rb. het besluit tot afwijzing van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel heeft vernietigd, maar het tegen de ambtshalve beslissing gerichte beroep ongegrond heeft verklaard, dient de aangevallen uitspraak in zoverre te worden vernietigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
