ECLI:NL:RVS:2012:BX6312
Raad van State · 29-08-2012 · zaaknummer 201207627/1/V3
Inhoudsindicatie
Een visum vermeldt niet meer dan de begin- en einddatum van de geldigheid ervan. Daarin is niet de ingevolge art. 62a, lid 1 Vw 2000 vereiste schriftelijke kennisgeving aan de vreemdeling vervat dat zij na afloop van de geldigheidsduur ervan uit eigen beweging Nederland dient te verlaten noch een mededeling van de termijn waarbinnen zij aan die verplichting moet voldoen. Gelet hierop kan een visum niet worden aangemerkt als een terugkeerbesluit als bedoeld in art. 62a, lid 2 Vw 2000. (…) Nu een visum niet kan worden aangemerkt als een terugkeerbesluit in de zin van art. 62a, lid 1 Vw 2000, gelezen in samenhang met het tweede lid van dat artikel, en is gesteld noch gebleken dat een van de uitzonderingen bedoeld in art. 62a, lid 1, onder a tot en met c, van de Vw 2000 van toepassing zijn, betoogt de vreemdeling terecht dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is opgelegd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
