ECLI:NL:RVS:2012:BX6241
Raad van State · 24-08-2012 · zaaknummer 201201453/1/V4
Inhoudsindicatie
Uit het arrest van 11 januari 2007 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) in zaak nr. 1948/04, Salah Sheekh tegen Nederland (www.echr.coe.int/echr) volgt dat de Ashraf een groep vormt die systematisch wordt blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen. De minister is niet, althans niet kenbaar, ingegaan op de betekenis van dit arrest voor de zaak van de vreemdeling. (…) De minister is niet, althans niet kenbaar, ingegaan op de vraag of de door de vreemdeling gestelde omstandigheid dat zij alleenstaand is, wanneer deze wordt bezien in onderlinge samenhang met eerdergenoemde omstandigheid dat zij tot de Ashraf stelt te behoren, en tevens wordt beschouwd tegen de achtergrond van de situatie van algemeen geweld in Somalië, aanleiding geeft om aan te nemen dat voor haar aldaar een reëel risico op een met art. 3 EVRM strijdige behandeling bestaat.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
