ECLI:NL:RVS:2012:BX5932
Raad van State · 29-08-2012 · zaaknummer 201001848/1/T1/A4
Inhoudsindicatie
OMGEVINGSRECHT. Milieu (oud). Milieueffectrapportage. De vraag wat wordt verstaan onder samenhangende activiteiten als bedoeld in artikel 14.5, eerste lid, van de Wm wordt door de Afdeling beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. De tekst van de wet geeft daarover namelijk geen uitsluitsel. Habitatrichtlijn. De Nbw 1998 biedt geen grondslag voor het verlenen van een vergunning voor zover het gaat om de mogelijke schadelijke gevolgen van een inrichting voor niet in Nederland gelegen gebieden. Uit het arrest van het HvJ van de Europese Gemeenschappen van 7 september 2004 (LJN: AR3272) volgt dat wanneer een nationale rechter moet nagaan of de toestemming voor een plan of project in de zin van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn rechtmatig is verleend, hij kan toetsen of de door artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn aan de beoordelingsmarge van de bevoegde nationale autoriteiten gestelde grenzen in acht zijn genomen, ook als de bepaling niet in de rechtsorde van de betrokken lidstaat is omgezet ofschoon de daartoe gestelde termijn is verstreken.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van gedeputeerde staten van Limburg
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Limburg
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
