ECLI:NL:RVS:2012:BX5580
Raad van State · 22-08-2012 · zaaknummer 201203503/1/V3
Inhoudsindicatie
Ter zitting van de Afdeling heeft de minister erkend dat zich in het dossier geen stukken bevinden die uitdrukkelijk blijk geven van de bij de inbewaringstelling gemaakte belangenafweging, hetgeen volgens de minister wel wenselijk zou zijn. Anders dan voorheen door de Afdeling in onder meer de uitspraak van 21 januari 2008 in zaak nr. 200707652/1 (www.raadvanstate.nl) is overwogen, is de Afdeling thans van oordeel dat in geval van inbewaringstelling van een asielzoeker het dossier zowel uit een oogpunt van kenbaarheid als uit een oogpunt van toetsbaarheid stukken dient te bevatten die uitdrukkelijk blijk geven van de verrichte belangenafweging die volgens paragraaf A6/5.3.3.5 van de Vc 2000 is vereist. Om de praktijk de gelegenheid te geven zich op dit vereiste voor te bereiden, zal de Afdeling dit eerst toepassen in zaken waarin de maatregel van bewaring krachtens art. 59, lid 1, aanhef en onder b, van de Vw 2000 is opgelegd op of na 1 oktober 2012. (…) Bij brief van 19 maart 2012 heeft de minister uitdrukkelijk gesteld dat pas bij de aanmelding van de vreemdeling in het aanmeldcentrum door de bewaringscoördinator, derhalve twee dagen na de inbewaringstelling, de volgens paragraaf A6/5.3.3.5. van de Vc 2000 vereiste belangenafweging is gemaakt. (…) Dat de vereiste belangenafweging niet tijdig heeft plaatsgevonden, is in strijd met paragraaf A6/5.3.3.5. van de Vc 2000.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
