Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BX5239

Raad van State · 22-08-2012 · zaaknummer 201203080/1/A1

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Weigering nemen projectbesluiten voor het vergroten van de agrarische bouwvlakken van intensieve veehouderijen wegens strijd met de Verordening ruimte, 1e fase van de provincie Noord-Brabant. Vaststaat dat beide locaties waarop de vergroting van de intensieve veehouderijen zijn voorzien, in het plangebied van het reconstructieplan "Beerze-Reusel correctieve herziening" in een verwevingsgebied liggen. Niet in geschil is dat het reconstructieplan zowel rechtstreeks doorwerkende, als niet rechtstreeks doorwerkende elementen bevat. Ten aanzien van verwevingsgebieden bevat het reconstructieplan, voor zover thans van belang, de beleidsuitspraak dat op een duurzame locatie uitbreiding van bouwblokken tot maximaal 2,5 hectare is toegestaan. Bij de Verordening heeft de provincie de beleidsuitgangspunten van het reconstructieplan aangescherpt. Niet in geschil is dat de aangevraagde uitbreidingen in strijd zijn met art. 9.3 van de Verordening. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 4 april 2007 in zaak nr. 200506283/1, LJN: BA2226 met betrekking tot het reconstructieplan "Beerze-Reusel"), is de in art. 27 van de Rwc vervatte doorwerkingsregeling niet van toepassing op de beleidsuitspraken in het reconstructieplan over het grondgebruik binnen de zonering intensieve veehouderij, aangezien deze van de bestemmingsplanwetgever nog nader onderzoek, vaststelling van de feiten, beoordeling en (belangen)afweging tot op perceelsniveau vergen. Dat deze beleidsuitspraken niettemin bij de vaststelling en toetsing van bestemmingsplannen worden betrokken, doet er niet aan af dat ervan kan worden afgeweken, zonder dat daarvoor de in de Rwc neergelegde procedure dient te worden gevolgd. Reeds hierom leidt de omstandigheid dat art. 9.3 van de Verordening, gelezen in verbinding met art. 9.6, lid 1, aanhef en onder a, afwijkt van de hierboven genoemde beleidsuitspraak niet tot het oordeel dat de raad de Verordening wegens strijd met de Rwc buiten toepassing had dienen te laten. Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat de provincie niet in redelijkheid tot vaststelling van de Verordening heeft kunnen komen. Gelet op het vorenstaande heeft de raad, door strijd met de Verordening ten grondslag te leggen aan de weigering projectbesluiten te nemen, zijn besluit in zoverre van een voldoende motivering voorzien. De Rb. heeft dit niet onderkend.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de gemeente Bladel

    appellant · overheid

Overheidspartijen

  • de gemeente Bladel

    appellant

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.