ECLI:NL:RVS:2012:BX5041
Raad van State · 07-08-2012 · zaaknummer 201203805/1/V3
Inhoudsindicatie
De Afdeling heeft eerder overwogen (uitspraak van 12 december 2006 zaak nr. 200608129/1; aangehecht ter voorlichting van partijen) [LJN: AZ5545] dat de minister, nadat de vreemdeling het door hem tegen de maatregel van bewaring ingestelde beroep had ingetrokken, terecht op grond van art. 94, lid 1 Vw 2000 de Rb. alsnog van de maatregel in kennis had gesteld. Door het door hem op 12 maart 2012 ingestelde beroep op 19 maart 2012 in te trekken, heeft de vreemdeling er expliciet blijk van gegeven te willen afzien van een rechterlijke beoordeling van de rechtmatigheid van de aan hem opgelegde vrijheidsbenemende maatregel. De Afdeling is thans van oordeel dat de minister in een dergelijk geval niet gehouden is de Rb. alsnog van de inbewaringstelling in kennis te stellen als bedoeld in art. 94, lid 1 Vw 2000. Indien de minister ervoor kiest dit onverplicht wel te doen en de kennisgeving wordt na de termijn als bedoeld in dat artikellid door de Rb. ontvangen, leidt dit niet tot onrechtmatigheid van de inbewaringstelling.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
