Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BX5039

Raad van State · 26-07-2012 · zaaknummer 201204815/1/V3

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Blijkens de laatste volzin van paragraaf A6/5.3.3.6. van de Vc 2000 is het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten. Nu van effectuering van de overdracht slechts sprake is bij asielzoekers die in het kader van de Verordening kunnen worden overgedragen aan een ander lidstaat, blijkt, anders dan de minister betoogt, uit paragraaf A6/5.3.3.6. van de Vc 2000 niet dat deze paragraaf ook betrekking heeft op de situatie waarin de vreemdeling in het kader van de Verordening wordt overgenomen van een andere lidstaat. In zoverre faalt de grief. De minister klaagt echter terecht dat de Rb. niet heeft onderkend dat hij er ter zitting op heeft gewezen dat de vreemdeling reeds eerder Nederland heeft verlaten en naar een andere lidstaat is gegaan en dat dit, mede gelet op de gronden die aan de bewaring ten grondslag zijn gelegd, voldoende is om de belangenafweging in het nadeel van de vreemdeling te doen uitvallen. In dat verband is van belang dat de minister aan de omstandigheid dat de vreemdeling reeds eerder is vertrokken naar een andere lidstaat om daar een asielaanvraag in te dienen terwijl Nederland zich reeds verantwoordelijk heeft verklaard voor de behandeling van het asielverzoek, terecht zwaarwegende betekenis heeft toegekend bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling, ondanks dat dit terughoudend moet geschieden, in bewaring moet worden gesteld. In zoverre slaagt de grief. (…) De vreemdeling heeft de gronden die aan de bewaring ten grondslag zijn gelegd niet bestreden. Uit de aard van de grond bedoeld onder (a) blijkt reeds aanstonds van het risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken. Deze grond geeft aldus, tezamen met de overige niet in geschil zijnde omstandigheden, in beginsel voldoende grond om aan te nemen dat het risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal ontrekken. De vreemdeling heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding kunnen geven daarover anders te oordelen. De beroepsgrond faalt.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.