ECLI:NL:RVS:2012:BX3259
Raad van State · 01-08-2012 · zaaknummer 201113201/1/A2
Inhoudsindicatie
Art. 6.2, lid 1 van de Wro betreft geen voorschrift van openbare orde. Of schade binnen het normale maatschappelijke risico valt, als bedoeld in die bepaling, behoort derhalve niet tot de door de Rb. te verrichten ambtshalve toetsing. Art. 6.3, aanhef en onder b, van de Wro ziet uitsluitend op mogelijkheden van de aanvrager om de schade te voorkomen of te beperken, niet op de mogelijkheden daartoe van burgemeester en wethouders of van degene met wie een planschadeverhaalsovereenkomst is gesloten. Appellant heeft tijdens de behandeling van de aanvraag om verlening van bouwvergunning schriftelijk verklaard dat hij eventuele door het college toe te kennen vergoedingen van planschade als gevolg van de vrijstelling voor zijn rekening zal nemen. Onder deze omstandigheden was het zijn verantwoordelijkheid zich te laten voorlichten, bijvoorbeeld door een planschaderisicoanalyse te laten maken, over de hoogte van eventuele door het college toe te kennen vergoedingen van planschade of over de mogelijkheden die hoogte te beperken door het bouwproject te wijzigen. Op het college rustte niet de verplichting appellant daarop te wijzen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
