Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BX3193

Raad van State · 31-07-2012 · zaaknummer 201200969/1/V2

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ter zitting bij de Afdeling heeft de minister toegelicht dat de vraag of een vreemdeling ervaring heeft met het leven onder Al Shabaab, wordt beantwoord aan de hand van diens verklaringen daaromtrent. Daarbij geldt evenwel dat die ervaring wordt verondersteld als het gebied van herkomst van de desbetreffende vreemdeling volgens informatie uit algemene bron op het relevante tijdstip onder controle stond van Al Shabaab. De minister gaat er voorts in de praktijk van uit dat een vreemdeling, die tenminste drie maanden ervaring heeft gehad met het leven onder Al Shabaab, zich daar in beginsel opnieuw moet kunnen handhaven. Deze termijn is een richtpunt, aldus de minister. De vraag of een vreemdeling inderdaad geacht kan worden zich onder Al Shabaab te handhaven dient te worden beantwoord aan de hand van de individuele feiten en omstandigheden. Bij die beoordeling is van belang of geloofwaardig is bevonden dat een vreemdeling eerder problemen heeft ondervonden van de zijde van Al Shabaab. Desgevraagd heeft de minister benadrukt dat het tijdsverloop sinds het vertrek van een vreemdeling uit Somalië en eventuele verwestersing van diens gedrag door verblijf in een westers land daarentegen geen rol spelen bij die beoordeling. (…) Over de vraag of de vreemdeling zich bij terugkeer naar Somalië opnieuw onder Al Shabaab zal kunnen handhaven, wordt het volgende overwogen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 januari 2012 in zaak nr. 201103378/1/V2; LJN: BV2189), is de enkele stelling van een vreemdeling dat hij bij terugkeer wegens langdurige afwezigheid in de negatieve aandacht van Al Shabaab zal komen te staan, niet voldoende om een reëel risico op een met art. 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden strijdige behandeling aan te nemen. In dit geval heeft de vreemdeling evenwel betoogd dat zij gedurende haar verblijf in Nederland is verwesterd en zij om die reden niet kan worden geacht zich opnieuw te kunnen handhaven onder Al Shabaab. Het EHRM heeft in rechtsoverweging 275 van het arrest van 28 juni 2011 overwogen dat Somaliërs die moeten reizen door of terugkeren naar door Al Shabaab gecontroleerd gebied, een groter risico lopen onder de aandacht van Al Shabaab te komen als zij zo lang uit het land zijn weggeweest dat zij verwesterd zijn. Hoewel het enkele verblijf van de vreemdeling in Nederland niet hoeft te betekenen dat zij dermate is verwesterd dat niet langer van haar kan worden verwacht zich te kunnen handhaven onder Al Shabaab, is de Afdeling – anders dan de minister – van oordeel dat uit voormelde rechtsoverweging voortvloeit dat dit aspect wel bij de beoordeling dient te worden betrokken. Door in dit verband uitsluitend van belang te achten dat de vreemdeling zich van januari tot mei 2009 onder Al Shabaab heeft kunnen handhaven, heeft de minister voormeld aspect onvoldoende bij de beoordeling betrokken.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.