ECLI:NL:RVS:2012:BX2787
Raad van State · 16-07-2012 · zaaknummer 201103153/1/V1
Inhoudsindicatie
Bij de uitoefening van de bij artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 aan hem verleende bevoegdheid voert de minister beleid dat is vermeld in paragraaf B1/7.2.1. van de Vreemdelingencirculaire 2000. Volgens die paragraaf, voor zover thans van belang, wordt de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd niet verleend aan vreemdelingen die op het moment van de aanvraag of de beslissing daarop korter dan vijf jaren in Nederland verblijven als houder van een geldige verblijfsvergunning. Die beleidsregel heeft de minister toegepast. Nu sprake is geweest van de toepassing van beleid, heeft de Rb. terecht getoetst of de minister zijn standpunt - als ingenomen in het besluit van 21 januari 2010 - dat de vreemdeling geen bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 van de Awb heeft aangevoerd die tot afwijking van het beleid nopen, deugdelijk heeft gemotiveerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
