Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BX2537

Raad van State · 25-07-2012 · zaaknummer 201108095/1/A1

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Weigering handhavend optreden tegen door uitgevoerde activiteiten op een stortplaats. De gronden waarop de stortplaats is gelegen zijn begrepen in het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Nauernasche Polder 1995" en hebben daarin de bestemming "Recreatieve groenvoorziening". Ingevolge art. 8, lid 1, laatste alinea, van de planvoorschriften is op de als zodanig bestemde gronden als afwijkend gebruik een tijdelijke aanwending als vuilstortplaats toegestaan, met de daarbij behorende bouwwerken, waterkerende en zuiveringstechnische voorzieningen en overige werken. Ingevolge het tweede lid, onder a, voor zover hier van belang, geldt voor het afwijkend gebruik als vuilstortplaats dat, voordat de (eind)bestemming wordt gerealiseerd, voor de op de plankaart aangeduide gronden als afwijkend gebruik de tijdelijke aanwending als vuilstortplaats is toegestaan met inachtneming van onder meer de voorwaarde dat de gronden mogen worden aangewend voor het storten van afval uit de regio voor zover dit niet voor hergebruik, verbranding, of reiniging in aanmerking komt en dat afkomstig is uit de regio die in het provinciale Afvalstoffenplan Noord-Holland 1989-1994 nader is bepaald; De Rb. heeft terecht overwogen dat op grond van art. 10 WRO, zoals dit luidde ten tijde van belang, voorschriften in een bestemmingsplan moeten dienen ter behartiging van het belang van een goede ruimtelijke ordening en derhalve gestoeld moeten zijn op ruimtelijke relevante overwegingen en criteria. Voor het oordeel dat met art. 8, lid 2, onder a, sub 1, van de planvoorschriften geen enkel planologisch belang is of kon zijn gediend, bestaat evenwel geen grond. Daarbij is in aanmerking genomen dat met de bedoelde bepaling wordt bereikt dat afval in de eigen regio wordt opgeruimd en dat het verplaatsen van afval over grote afstanden wordt voorkomen. Gelet hierop en op de terughoudendheid die moet worden betracht bij de toetsing of een planvoorschrift wegens strijd met de WRO buiten toepassing moet worden gelaten, heeft de Rb. derhalve ten onrechte geoordeeld dat art. 8, lid 2, onder a, sub 1, van de planvoorschriften buiten toepassing dient te worden gelaten wegens strijd met art. 10 van de WRO.

Advocaten

  • A. ten Veen

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.