Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BX2089

Raad van State · 18-07-2012 · zaaknummer 201101617/1/V4.

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In het arrest van 21 december 2011 in de gevoegde zaken C-411/10 en C-493/10 (www.curia.europa.eu) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie overwogen dat de beoordelingsbevoegdheid die artikel 3, tweede lid, van de Verordening de lidstaten verleent, deel uitmaakt van de instrumenten waarin deze verordening voorziet om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek, en dus een onderdeel van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is. Een lidstaat die deze beoordelingsbevoegdheid uitoefent, brengt dan ook het Unierecht ten uitvoer in de zin van artikel 51, eerste lid, van het Handvest. Uit het voorgaande volgt, voor zover hier van belang, dat de voorliggende zaak binnen de materiële werkingssfeer van het Handvest valt en daarmee aan artikel 24 daarvan kan worden getoetst. Uit de uitspraak van 7 februari 2012 in zaak nr. 201103064/1/V2 (www.raadvanstate.nl) volgt, voor zover thans van belang, dat artikel 24 van het Handvest, dat gebaseerd is op artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, beoordelingsruimte bevat voor de nationale instanties en dat de rechter bijgevolg alleen kan toetsen of deze beoordelingsruimte in het bij hem aan de orde gestelde geval door de minister is overschreden. (…) In de onderhavige zaak heeft de vreemdeling zich, evenals in de zaak die heeft geleid tot voormelde uitspraak van 14 juli 2011, reeds in de besluitvormingsfase en in beroep op documenten beroepen, zowel waar dat betreft de algemene situatie van asielzoekers in Italië als ten aanzien van de specifieke situatie van minderjarigen, waarvan niet op voorhand kan worden gezegd dat ze niet relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of de in het arrest in de zaak M.S.S. genoemde aspecten aan overdracht in de weg staan. Nu in het besluit een op deze documenten toegespitste standpuntbepaling ten aanzien van de volgens het arrest in de zaak M.S.S. relevante aspecten ontbreekt, zijn deze niet beoordeeld op de in het arrest in de zaak M.S.S. omschreven wijze. Aangezien de beoordeling of de door de vreemdeling overgelegde documenten die specifiek zien op de situatie van minderjarigen onderdeel vormt van de beoordeling of bij overdracht sprake is van een dreigende schending van artikel 3 van het EVRM, heeft de minister ook deze documenten niet op de hierboven voorgeschreven wijze beoordeeld. De minister kan dan ook niet zonder meer worden gevolgd in zijn standpunt dat in zoverre ten opzichte van Italië mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Reeds hierom geeft het besluit er onvoldoende blijk van dat de minister zich, mede bezien in het licht van artikel 24 van het Handvest, voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van de vreemdeling.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.