Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BX2087

Raad van State · 13-07-2012 · zaaknummer 201205751/1/V3

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Gelet op het bepaalde in artikel 94, vijfde lid, van de Vw 2000 – waarin het vierde lid van artikel 94 van overeenkomstige toepassing is verklaard voor zover het verlengingsbesluiten betreft – dient de Rb., indien de minister bij ommekomst van de in artikel 59, vijfde lid, van de Vw 2000 genoemde termijn de bewaring toch wil laten voortduren, bij het beroep, voor zover daarover geklaagd is, te beoordelen of de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat is voldaan aan de in het zesde lid gestelde voorwaarden en of de bewaring, gelet op het bepaalde in artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000, ook overigens nog steeds gerechtvaardigd is te achten. De Rb. heeft, voor zover thans van belang, overwogen dat de beroepsgronden van de vreemdeling die zien op het zicht op uitzetting, de voortvarendheid van het handelen van de minister en de belangenafweging het thans voorliggende besluit tot verlenging van de bewaringstermijn niet raken. Nu deze gronden zien op de voortduring van de bewaring en de vreemdeling tegen de voortduring van de bewaring geen beroep heeft aangetekend, komt de Rb. niet toe aan de beoordeling van deze beroepsgronden. Door aldus te oordelen, gaat de Rb. er aan voorbij dat bij verlengingsbesluiten, in zoverre daarover geklaagd is, beoordeeld dient te worden of de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat voldaan is aan de in artikel 59, zesde lid van de Vw 2000 gestelde voorwaarden en of de bewaring, gelet op het bepaalde in artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000, nog steeds gerechtvaardigd is te achten. De Rb. had derhalve de beroepsgronden die zien op zicht op uitzetting, voortvarend handelen van de minister en de belangenafweging moeten beoordelen. De vreemdeling klaagt dan ook terecht dat de Rb., in strijd met artikel 8:69 van de Awb, ten onrechte niet is ingegaan op de vorenbedoelde beroepsgronden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.