Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BX1350

Raad van State · 10-07-2012 · zaaknummer 201200260/1/V4

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De minister acht geloofwaardig dat voormelde ooms van de vreemdeling sub 2 telefonisch contact met elkaar hebben gehad. Het standpunt van de minister dat niet geloofwaardig is dat dit contact de vreemdeling sub 2 betreft, gaat eraan voorbij dat de vreemdeling sub 2 tegen de zin van haar oom in Iran - die als ouder fungeerde - een eigen partner heeft gekozen, hetgeen volgens voormelde paragraaf 3.3.9 van het algemeen ambtsbericht inzake Afghanistan van augustus 2011 reden kan zijn voor eerwraak. Dat de oom uit Kabul mogelijk op andere wijze zal reageren op het huwelijk van de vreemdeling sub 2 met de vreemdeling sub 1 dan de oom uit Iran, doet aan de mogelijkheid dat is gesproken over de vreemdeling sub 2 niet af. De voorzieningenrechter heeft derhalve terecht geoordeeld dat de minister zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het vermoeden van de vreemdeling sub 2 dat haar ooms contact over haar hebben gehad, ongeloofwaardig is. Met zijn standpunt dat de vrees van de vreemdeling sub 2 voor eerwraak niet reëel is nu zij volgens de sharia is getrouwd, gaat de minister er eveneens aan voorbij dat de vreemdeling sub 2 een eigen partner heeft gekozen. Hoewel de vreemdeling sub 2 niet is bedreigd door anderen dan haar oom in Iran, is hierin een aanwijzing te vinden dat er een risico is op eerwraak bij terugkeer naar Afghanistan. (…) Uit paragraaf C24/6.7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 kan worden afgeleid dat meerdere factoren van belang zijn bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling de mogelijkheid heeft om aan eerwraak te ontkomen. Hierbij kan naar het oordeel van de Afdeling worden gedacht aan de door de minister vermelde omstandigheden, zoals de grootte van de bevolking en de kans op herkenning. (…) De vreemdelingen hebben, gelet op het voorgaande, niet aannemelijk gemaakt dat zij een reëel risico lopen op een zodanige behandeling. De voorzieningenrechter heeft derhalve ten onrechte overwogen dat de minister, gelet op art. 29, lid 1, aanhef en onder b, van de Vw 2000 aan de vreemdelingen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had dienen te verlenen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.