Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BX0747

Raad van State · 02-07-2012 · zaaknummer 201205969/1/V3

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uit de tekst van deze bepaling valt op te maken dat de in het eerste lid opgenomen opsomming limitatief is, hetgeen bevestiging vindt in de nota van toelichting, waarin staat vermeld dat de lijst, anders dan de lijst zoals deze was opgenomen in de Vreemdelingencirculaire 2000, het oogmerk heeft uitputtend te zijn (Stb 2011, 664, p. 20). (…) Bij de beoordeling van de gronden van de bewaring dient te worden uitgegaan van de omstandigheden die in het besluit tot oplegging van de bewaring zijn vermeld, maar dit doet er niet aan af dat de minister, ter zitting van de Rb. dan wel anderszins, kan toelichten waarom de in de maatregel vermelde gronden hem aanleiding hebben gegeven de vreemdeling in bewaring te stellen. Deze toelichting dient vervolgens te worden betrokken bij de beoordeling of, voor zover thans van belang, er een risico bestaat dat de betrokken vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 juni 2012 in zaak nr. 201204991/1/V3, LJN: BW8613) mag een door de minister bij de Rb. gegeven toelichting geen nieuwe bewaringsgronden behelzen die niet in het besluit tot oplegging van de bewaring zijn vermeld en moet een zodanige toelichting bovendien zijn te relateren aan de in de maatregel vermelde gronden. (…) De […] jurisprudentie heeft niet tot gevolg dat bewaringsgronden, die niet als zodanig zijn aangekruist in de maatregel van bewaring maar wel in de maatregel staan vermeld, buiten beschouwing dienen te worden gelaten. Bij de beoordeling of de gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen dient te worden uitgegaan van alle gronden die in het besluit tot oplegging van de bewaring zijn vermeld. De door de minister in de maatregel vermelde omstandigheden dat de vreemdeling na het verlopen van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning Nederland niet heeft verlaten en dat hij heeft verklaard niet uit Nederland te zullen vertrekken, zijn evenwel niet opgenomen in de limitatieve opsomming in art. 5.1b, lid 1 van het Vb 2000. Evenmin zijn deze omstandigheden te relateren aan de twee onder 2.1.5. besproken gronden, zodat zij niet in de beoordeling of deze twee gronden voldoende dragend zijn kunnen worden betrokken.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.