ECLI:NL:RVS:2012:BW9543
Raad van State · 27-06-2012 · zaaknummer 201111283/1/V6
Inhoudsindicatie
Opleggen drie boetes wegens overtreding van art. 2, lid 1, van de Wav. Blijkens de boeterapporten hebben vreemdelingen van Roemeense nationaliteit ten behoeve van appellant zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verricht, bestaande uit het steken van asperges. Anders dan appellant betoogt, doet zich niet een situatie voor die moet worden aangemerkt als zuivere grensoverschrijdende dienstverlening of grensoverschrijdende intra-concernuitlening. Daartoe is van belang dat appellant de vreemdelingen ten behoeve van zijn eigen onderneming op de door hem geëxploiteerde werklocatie in Nederland arbeid heeft laten verrichten en derhalve niet ten behoeve van een derde onderneming die is aan te merken als dienstontvanger in de zin van art. 1, lid 3, aanhef en onder a, van de richtlijn. Nu appellant voorts niet heeft gestaafd dat de tewerkstelling van de vreemdelingen heeft plaatsgevonden ten behoeve van een Nederlandse vestiging van zijn onderneming, kan evenmin worden staande gehouden dat sprake is van grensoverschrijdende dienstverrichting in de vorm van intra-concernuitlening in de zin van art. 1, lid 3, aanhef en onder b, van de richtlijn. Dat appellant, naar gesteld, de door de vreemdelingen verrichte arbeid heeft genotificeerd bij de CWI, leidt niet tot een ander oordeel. Daartoe wordt overwogen dat, nu zich niet een situatie voordoet die moet worden aangemerkt als zuivere grensoverschrijdende dienstverlening, de verrichte werkzaamheden niet notificeerbaar waren in de zin van artikel 1e, lid 1, van het Besluit. Gelet op het vorenstaande heeft de Rb. terecht geoordeeld dat de boeteoplegging niet in strijd is met de artt. 56 en 57 van het VWEU. Wat betreft het betoog van appellant dat hij, gelet op de door de Duitse autoriteiten afgegeven documenten, de vreemdelingen in Nederland arbeid mocht laten verrichten zonder dat hij daarbij over tewerkstellingsvergunningen behoefde te beschikken, wordt overwogen dat uit de bedoelde documenten - die overigens slechts zien op de vreemdelingen die bij de op 26 mei 2009 verrichte controle zijn aangetroffen - is af te leiden dat het appellant op grond daarvan slechts was toegestaan om voornoemde vreemdelingen op de hem toebehorende aspergevelden in Duitsland arbeid te laten verrichten. Het betoog van appellant dat uit internationale regels van grensrecht moet worden afgeleid dat voor werkzaamheden op Nederlands grondgebied dicht bij de Duits-Nederlandse grens geen tewerkstellingsvergunning is vereist, leidt - reeds omdat hij niet heeft gespecificeerd op welke regelgeving hij doelt - niet tot een ander oordeel.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
