ECLI:NL:RVS:2012:BW9130
Raad van State · 14-06-2012 · zaaknummer 201103740/1/V3
Inhoudsindicatie
Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister met het beleid, neergelegd in onderdeel B1/5.3.6 van de Vc 2000, tot een met art. 3.86, lid 3 Vb 2000 strijdige beleidsbepaling is gekomen. Dat ook een andere beleidsmatige invulling van dat artikel mogelijk zou zijn geweest, laat onverlet dat het, gelet op de hem toekomende beoordelingsvrijheid, in de eerste plaats aan de minister is deze beleidsmatige keuze te maken en niet aan de rechter dit in zijn plaats te doen. (…) Het advies van de officier van justitie is een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitoefening van diens bevoegdheden. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 18 december 2009, in zaak nr. 200901087/1/V1; LJN: BL5948) moet de minister, indien hij een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, zich er ingevolge art. 3:2 Awb van vergewissen dat dit – naar wijze van totstandkoming – zorgvuldig en – naar inhoud – inzichtelijk en concludent is. (…) De op de zaak betrekking hebbende stukken geven geen blijk van een inhoudelijke reactie van het OM op de stelling van de vreemdeling dat de inhoud van de oriëntatiepunten inmiddels, blijkens de hiervoor onder 2.3.7. vermelde jurisprudentie van de strafrechter, doorwerkt in het strafvorderingsbeleid in deze categorie zaken. In zoverre heeft de minister in dit geval niet voldaan aan de op hem rustende vergewisplicht.-
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
