ECLI:NL:RVS:2012:BW9090
Raad van State · 13-06-2012 · zaaknummer 201008063/1/V1
Inhoudsindicatie
Het door de Rb. gegeven oordeel als opgenomen in 2.4.3 is feitelijk onjuist. Hiervoor is redengevend dat door vreemdelingen 2 tot en met 5 met de door de vreemdelingen afgelegde verklaringen, zonder dat die verklaringen door enig steunbewijs worden gestaafd, niet is aangetoond dat de vader op 31 december 2008 een eigen woonruimte had en zij op die datum niet met de vader samenwoonden, nog daargelaten of, gelet op het door de minister in gevallen als dit gehanteerde beoordelingskader, het niet samenwonen met de vader reeds voldoende grond biedt voor het oordeel dat op het peilmoment vreemdelingen 2 tot en met 5 niet kunnen worden aangemerkt als gezinslid van een vreemdeling aan wie art. 1(F) van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen.-
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
