Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BW8176

Raad van State · 13-06-2012 · zaaknummer 201107629/1/A3

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ingevolge art. 23 lid 1 aanhef en onder e Rvv 1990 mag een bestuurder zijn voertuig niet laten stilstaan bij een bord ‘bushalte’ ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord. Ingevolge lid 2 geldt onderdeel e van lid 1 niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers. Het college heeft in een huis-aan-huisblad meegedeeld dat in een gedeelte van een bepaalde straat riool- en reconstructiewerkzaamheden zullen plaatsvinden en dat de daarop betrekking hebbende reconstructietekening ter inzage ligt. Bij besluit heeft het college het door appellant daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Uit de openbare besluitenlijst van een vergadering van het college volgt dat het college besluit in te stemmen met het concept reconstructieplan volgens de tekening, waarop het bord 'bushalte' is geplaatst voor de woning aan de [locatie a]. De Rb. heeft niet onderkend dat het college daarmee de reconstructietekening heeft vastgesteld. Anders dan appellant betoogt, houdt dit evenwel niet een besluit in als bedoeld in art. 1:3 lid 1 Awb, nu de vaststelling geen publiekrechtelijke grondslag kent. De totstandkoming van een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb vereist een uitdrukkelijk besluit van het college tot het plaatsen van het bord 'bushalte' voor de woning aan de [locatie a]. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat een dergelijk besluit niet is genomen en dat dit ook niet hoefde te worden genomen, omdat het gaat om een feitelijke reconstructie van een bestaande bushalte waarbij geen verplaatsing van het bord 'bushalte' aan de orde is. Dat het college niet heeft beoogd een dergelijk besluit te nemen, blijkt voorts uit de omstandigheid dat een motivering zoals vereist voor een dergelijk besluit ontbreekt. Ook de omstandigheid dat het bord is blijven staan voor de woning [locatie b], bevestigt dat een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb niet is genomen. De voorzieningenrechter heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat het college het bezwaar van appellant terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Rechters

Advocaten

  • P.L.J.M. van Dun

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.