ECLI:NL:RVS:2012:BW7261
Raad van State · 29-05-2012 · zaaknummer 201103771/1/V2
Inhoudsindicatie
Door te overwegen dat de minister in redelijkheid heeft kunnen twijfelen aan de nationaliteit en herkomst van de vreemdeling, heeft de Rb. niet onderkend dat de minister van Buitenlandse Zaken, voorafgaande aan de verlening van de mvv, de nationaliteit en herkomst van de vreemdeling geacht moet worden te hebben vastgesteld en op basis daarvan de mvv heeft verstrekt. Voor verlening van de door de vreemdeling gewenste verblijfsvergunning geldt immers uitdrukkelijk als vereiste dat de vreemdeling dezelfde nationaliteit heeft als de referent en feitelijk tot diens gezin behoorde. Het stond de minister niet vrij om, nadat uit de na de inreis van de vreemdeling in Nederland verrichte taalanalyse bleek dat het Somalisch dat de vreemdeling spreekt ook buiten Somalië wordt gesproken, haar nationaliteit en herkomst alsnog niet aannemelijk te achten. De omstandigheid, dat uit de taalanalyse blijkt dat de vreemdeling niet haar gehele leven in Zuid-Somalië kan hebben gewoond, laat voorts onverlet dat zij daar feitelijk kan hebben behoord tot het gezin van de referent. Aldus heeft de minister niet deugdelijk gemotiveerd dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt die hebben geleid tot verlening van de mvv.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
