Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BW6380

Raad van State · 23-05-2012 · zaaknummer 201107492/1/V6

Bestuursrecht; Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Boete van € 4.000,00 wegens overtreding van art. 2, lid 1 van de Wav. Vreemdeling, van Iraakse nationaliteit, heeft arbeid verricht in de winkel van appellant, bestaande uit het bijhouden van de winkelvoorraad, zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning is verleend. Appellant betoogt dat de Rb. ten onrechte heeft overwogen dat de minister hem terecht als werkgever in de zin van de Wav heeft aangemerkt. Hij voert daartoe aan dat in arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) een stijgende lijn is waar te nemen wat betreft de rechten van zogeheten derdelanders. Bij doortrekking hiervan is te verwachten dat deze niet EU-onderdanen aanspraak kunnen maken op het burgerschap van de Europese Unie. Appellant beoogt kennelijk te betogen dat indien de vreemdeling voormeld burgerschap zou bezitten, hij zelf niet zou worden aangemerkt als werkgever in de zin van de Wav. Appellant verwijst voorts naar Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (PB L 168/24) en betoogt dat hulpverlening niet onder het verbod van tewerkstelling van de richtlijn valt en dat hij, nu hij in zijn winkel door een legaal verblijvende derdelander is geholpen, daarom niet beboet mag worden. De Rb. heeft terecht overwogen dat de verwijzing van appellant naar verscheidene arresten van het Hof en de richtlijn, niet tot een ander oordeel leiden, nu uit geen van de door appellant genoemde arresten volgt dat derdelanders die geen gezinsleden hebben die het burgerschap van de Europese Unie bezitten, op gelijke voet aanspraken kunnen maken op rechten als onderdanen van lidstaten en de richtlijn ziet op een andere situatie dan de situatie van appellant, nu de vreemdeling niet een illegaal verblijvende derdelander is. Voorts volgt uit het arrest van het Hof van 10 februari 2011, C-307/09 tot en met C-309/09 (Vicoplus) juist dat zelfs onderdanen van lidstaten van de Europese Unie onder omstandigheden vergunningplichtig zijn.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.