Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BW6335

Raad van State · 23-05-2012 · zaaknummer 201106851/1/A3

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bij brief heeft het dagelijks bestuur gereageerd op een e-mailbericht waarin appellant verzoekt om vergoeding van reiskosten die hij ten behoeve van een mediationgesprek heeft gemaakt. Bij besluit heeft het dagelijks bestuur het door appellant daartegen gemaakte bezwaar niet ontvankelijk verklaard. De Rb. heeft het beroep daartegen van appellant ongegrond verklaard. Appellant betoogt dat de Rb. heeft miskend dat de reactie van het dagelijks bestuur op zijn verzoek om schadevergoeding moet worden aangemerkt als een zuiver schadebesluit. De gestelde schade is veroorzaakt binnen het kader van de uitoefening door het dagelijks bestuur van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid. De schade vloeit voort uit het feit dat het dagelijks bestuur zich tijdens de zitting ter comparitie heeft laten vertegenwoordigen door medewerkers die daartoe niet gemachtigd waren. Hierdoor is hij een mediationovereenkomst aangegaan met onbevoegde medewerkers. Dientengevolge heeft hij ten onrechte reiskosten gemaakt om aanwezig te kunnen zijn bij een mediationgesprek, aldus appellant. Dit betoog faalt. Een schriftelijke beslissing omtrent schade, die niet is gebaseerd op een in een wet of een beleidsregel voorziene specifieke schadevergoedingsregeling, levert alleen een zogenoemd zelfstandig of zuiver schadebesluit op, indien de beweerdelijk geleden schade is veroorzaakt binnen het kader van de uitoefening door het bestuursorgaan dat de schadebeslissing neemt, van een door dat orgaan aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid. Vaststaat dat het dagelijks bestuur geen besluit heeft genomen en dat er geen met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit is in de zin van art. 1:3 lid 1, onderscheidenlijk art. 6:2, aanhef en onder b Awb. Derhalve is de schade van appellant niet veroorzaakt binnen het kader van de uitoefening door het dagelijks bestuur van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid. De Rb. heeft terecht geoordeeld dat de reactie van het dagelijks bestuur op het verzoek van appellant niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.