ECLI:NL:RVS:2012:BW6194
Raad van State · 15-05-2012 · zaaknummer 201106055/1/V1
Inhoudsindicatie
In het voornemen, dat integraal deel uitmaakt van het besluit, heeft de minister reeds uiteengezet dat en op grond van welke redenen het asielrelaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht mist. Gelet hierop heeft de Rb. in de omstandigheid dat de minister in het besluit nog nadere argumenten heeft genoemd voor het ontbreken van positieve overtuigingskracht ten onrechte aanleiding gezien voor het oordeel dat het voornemen niet de het besluit dragende overwegingen bevat. Derhalve heeft de Rb. ten onrechte overwogen dat de minister, door geen nieuw voornemen uit te brengen, in strijd met art. 3.119 van het Vb 2000 heeft gehandeld.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
