ECLI:NL:RVS:2012:BW5952
Raad van State · 16-05-2012 · zaaknummer 201107158/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij primair, nadien gewijzigd besluit, heeft het bestuur aan appellant ontheffing verleend voor het aanleggen van een duiker/overkluizing (hierna: de duiker). Bij beslissing op bezwaar heeft het bestuur het door een belanghebbende daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en de ontheffing geweigerd. De Rb. heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat het bestuur het bezwaar van belanghebbende ontvankelijk heeft geacht. De besluiten die door het bestuur zijn genomen op het verzoek van belanghebbende om handhavend op te treden wat betreft een deel van de duiker en op de aanvraag van appellant om een ontheffing voor de gehele duiker zijn twee los van elkaar staande besluiten die voorts deels op andere onderdelen van de duiker zien. Tegen deze besluiten kan afzonderlijk bezwaar worden gemaakt en beroep worden ingesteld. Art. 6:13 Awb noch een ander wettelijk voorschrift brengt met zich dat het bezwaar van belanghebbende tegen de verleende ontheffing slechts ontvankelijk kan zijn indien belanghebbende tevens zou zijn opgekomen tegen het besluit van het bestuur omtrent handhaving. Dat het bestuur zich in laatstgenoemd besluit op het standpunt heeft gesteld dat het hebben van een duiker door een ontheffing legaliseerbaar is, laat onverlet dat over deze ontheffing eerst kan worden besloten nadat hiertoe een aanvraag is ingediend. Nu het gaat over twee besluiten waartegen afzonderlijk bezwaar kan worden gemaakt, is het, anders dan appellant betoogt, niet van belang dat de bezwaren tegen deze besluiten gelijkluidend zouden zijn. De door appellant in dit verband genoemde Brummen-jurisprudentie ziet op een andere situatie. Deze jurisprudentie (ABRS, 06 08 2003, 200206222/1, LJN: AI0801) ziet op de omstandigheid dat het niet instellen van hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de Rb., indien in beroep tegen het hernieuwde besluit op bezwaar beroepsgronden worden aangevoerd, die door de Rb. in die eerdere uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen, tot gevolg heeft dat de Rb. van de juistheid van het eerder gegeven oordeel over die beroepsgronden heeft uit te gaan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
