ECLI:NL:RVS:2012:BW5644
Raad van State · 04-05-2012 · zaaknummer 201012514/1/V4
Inhoudsindicatie
Ingevolge art. 8.13, lid 3, aanhef en onder c, van het Vb 2000, voor zover thans van belang, legt de vreemdeling, bij de indiening van de aanvraag, een document over waaruit de duurzame relatie met een vreemdeling, als bedoeld in art. 8.7, lid 1, blijkt. (…) De vreemdeling heeft weliswaar een relatieverklaring overgelegd, als bedoeld in art. 8.13, lid 3, aanhef en onder f, van het Vb 2000, maar hij heeft geen document overgelegd, als bedoeld in art. 8.13, lid 3, aanhef en onder c, van het Vb 2000, zodat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
