ECLI:NL:RVS:2012:BW5523
Raad van State · 04-05-2012 · zaaknummer 201004915/1/V4
Inhoudsindicatie
Voordat kan worden beoordeeld of de vreemdeling een geslaagd beroep kan doen op voormeld art. 8.15, lid 4, aanhef en onder d, van het Vb 2000, dient te worden vastgesteld of zij, totdat de relatie werd verbroken, behoorde tot de categorie personen bedoeld in voormeld art.?8.7, lid 4, van het Vb 2000 en aldus voorafgaande aan de verbreking van de relatie rechtmatig verblijf had krachtens voormeld art.?8.12, lid 1, aanhef en onder h, van het Vb 2000. Reeds hierom bestaat geen grond voor het oordeel dat de vreemdeling geen enkel belang heeft bij het door haar tegen het besluit van 16?november?2009 ingestelde beroep. (…) In het aanvullend bezwaarschrift (…) heeft de vreemdeling erkend dat zij niet langer dan vier maanden met haar voormalige partner heeft samengewoond. Gelet op het vorenstaande, heeft de minister van het horen van de vreemdeling in bezwaar mogen afzien. Nu de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het bestaan van de gestelde duurzame relatie niet deugdelijk is bewezen, behoort de vreemdeling niet tot de categorie personen bedoeld in voormeld art.?8.7, lid 4, van het Vb 2000 en wordt aan het beroep op voormeld art. 8.15, lid 4, aanhef en onder d, van het Vb 2000 niet toegekomen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
