ECLI:NL:RVS:2012:BW4886
Raad van State · 02-05-2012 · zaaknummer 201005046/1/V3
Inhoudsindicatie
Nu de behandelaars van de vreemdeling bij GGZ Friesland in de brieven van 8 en 11 mei 2009 niet hebben gesteld en toegelicht dat, gezien de aard en het ontstaan van de klachten van de vreemdeling, de behandeling van haar posttraumatische klachten in Armenië in een context van zodanige onveiligheid zal plaatsvinden dat die behandeling als onaanvaardbaar moet worden aangemerkt, maar slechts dat behandeling van de vreemdeling alleen effectief kan zijn in een omgeving die door haar als veilig wordt ervaren, bestaat in dit concrete geval geen aanleiding om te oordelen dat de arts van het BMA zich nader gemotiveerd had moeten uitlaten over voormelde door de behandelaars gestelde voorwaarde dan hij thans heeft gedaan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
