ECLI:NL:RVS:2012:BW4515
Raad van State · 02-05-2012 · zaaknummer 201107894/1/A1 en 201107957/1/A1
Inhoudsindicatie
Projectbesluit en bouwvergunning voor het realiseren van een voorziening ter herhuisvesting van de Stichting Maatschappelijke Opvang Voorziening (MOV). Het betoog dat het college geen toepassing kon geven aan art. 3.10 van de Wro, nu een gemeentelijk belang ontbreekt, faalt. Daargelaten dat maatschappelijke opvang een gemeentelijk belang raakt, geldt dat de kwalificatie "gemeentelijk belang" in art. 3.10 van de Wro verband houdt met de in samenhang met de bevoegdheid inpassingsplannen vast te stellen ook aan de provinciale staten respectievelijk de minister van VROM of een sectorminister gegeven bevoegdheid om een provinciaal of een rijksprojectbesluit te nemen. Dat betekent dat bij de beoordeling of sprake is van een gemeentelijk belang slechts relevant is of het project is voorzien binnen de grenzen van de gemeente en of, gelet op de in de Wro geregelde toekenning van bevoegdheden aan Rijk, provincie en gemeente, de gemeente bevoegd is om te beslissen. Nu niet is gebleken dat provinciale of nationale belangen in het geding zijn bij het herhuisvesten van de MOV, is er geen grond voor het oordeel dat aan deze eisen niet wordt voldaan. Het college was bevoegd om ten aanzien van het bouwplan een projectbesluit te nemen. Het college heeft de MOV gekwalificeerd als een arbeidsextensief en bezoekersextensief bedrijf en een parkeernorm van 28 parkeerplaatsen voor personeel en cliënten en 8 parkeerplaatsen voor overige bezoekers gehanteerd. In dit verband heeft het college in de "Notitie parkeerbehoefte MOV" toegelicht dat de MOV weliswaar in zoverre als bezoekersintensief kan worden aangemerkt dat het een bezoekersaandeel heeft van meer dan 35%, maar dat op basis van de ervaringen van de huidige MOV is gebleken dat slechts 5% van de cliënten over een auto beschikt. Waar het bij die cliënten grotendeels gaat om drugs- en/of alcoholgebruikers of -verslaafden en om daklozen die bovendien ook voor het merendeel leven van een bijstandsuitkering, is dat laatste alleszins aannemelijk. Er kan dan ook van uitgegaan worden dat het bezoekersaandeel van de MOV dat uit cliënten bestaat slechts een zeer klein aandeel in de totale parkeerbehoefte heeft, zodat de MOV wat betreft de parkeernorm toch als bezoekersextensief dient te worden gekwalificeerd. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat van het gestelde in de Parkeernota Roermond mocht worden afgeweken. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de Rb. de door het college gehanteerde parkeernorm onjuist had moeten achten.
Advocaten
- A. Kwak
- A.A. van den Brand
- B.J.H.T. Heesakkers
- D. van Bilzen
- F. Meeuwissen
- H. Hoeijmakers
- M. Molkenboer
- M.G.G. van Nisselroij
- W.E.M.W. Suilen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
