ECLI:NL:RVS:2012:BW4363
Raad van State · 25-04-2012 · zaaknummer 201202949/1/V3
Inhoudsindicatie
De minister heeft ter zitting van de Rb., voor zover thans van belang, naar voren gebracht dat hij in de omstandigheid dat de vreemdeling asielzoeker is geen aanleiding heeft gezien van inbewaringstelling af te zien, nu de gronden van bewaring, die overigens onbetwist zijn gebleven, voldoende zijn om deze te kunnen dragen. Hiermee heeft de minister, anders dan de vreemdeling betoogt, een belangenafweging gemaakt waarom hij de met de bewaring gediende belangen zwaarder heeft laten wegen dan het belang van de vreemdeling. Nu de Rb. in haar uitspraak deze afweging heeft getoetst, kan het betoog van de vreemdeling dat de Rb. buiten haar bevoegdheid en de grenzen van art. 8:69 Awb is getreden evenmin worden gevolgd. Dat de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, naar de vreemdeling betoogt, van toepassing zijn op (vrijwel) iedere asielzoeker, betekent niet dat de minister hieraan geen betekenis heeft mogen toekennen bij de afweging of aanleiding bestond om van bewaring af te zien. De minister heeft, nu paragraaf A6/5.3.3.5. van de Vc 2000 een concrete afweging met betrekking tot het toepassen van de maatregel in relatie tot de asielaanvraag vereist, evenwel niet mogen volstaan met een enkele verwijzing naar deze gronden. Aldus heeft de minister het besluit tot inbewaringstelling onvoldoende gemotiveerd, zodat de maatregel van aanvang af onrechtmatig moet worden geacht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
