ECLI:NL:RVS:2012:BW3354
Raad van State · 11-04-2012 · zaaknummer 201201640/1/V3 en 201201650/1/V3
Inhoudsindicatie
Op 13 januari 2012 heeft vreemdeling 1 vervolgens een met medische stukken onderbouwd verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 ingediend. Bij brief van 18 januari 2012, de dag van de inbewaringstelling, is, voor zover thans van belang, gewezen op voormeld verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 en verzocht om voorafgaand aan een mogelijke inbewaringstelling de vreemdelingen te onderzoeken op detentiegeschiktheid. Zoals ook volgt uit voormelde uitspraak van 7 juni 2010, had het gelet op deze omstandigheden op de weg van de minister gelegen om in het kader van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit tot inbewaringstelling van in ieder geval vreemdeling 1 gemotiveerd op dat verzoek te reageren en het kenbaar te betrekken bij zijn belangenafweging voorafgaand aan het opleggen van de bewaringsmaatregel. Uit hetgeen ter zitting van de rechtbank door de minister is verklaard en uit de op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt dat hij dit heeft nagelaten. Gelet op de door de minister in beroep, noch in hoger beroep bestreden afhankelijkheid van vreemdeling 1 ten opzichte van vreemdeling 2 strekt dit gebrek zich in dit geval tevens uit tot de inbewaringstelling van vreemdeling 2. De vreemdelingen klagen derhalve terecht dat hun inbewaringstelling in strijd met de artikelen 3:2 en 3:4 van de Awb tot stand is gekomen en van meet af aan onrechtmatig moet worden geacht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
