ECLI:NL:RVS:2012:BV8616
Raad van State · 06-03-2012 · zaaknummer 201101093/1/V3
Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat België in het kader van de Verordening op 12 januari 2010 heeft ingestemd met terugname van de vreemdeling. Derhalve heeft de minister zich in het bij de rechtbank bestreden besluit, onder verwijzing naar de door Bureau Dublin verstrekte informatie, terecht op het standpunt gesteld dat die lidstaat ingevolge artikel 20, eerste lid aanhef en onder d, verplicht is de vreemdeling, ook als zij aldaar geen asielverzoek wenst in te dienen, tot haar grondgebied toe te laten. Dat de Belgische autoriteiten de vreemdeling, nadat zij op 10 februari 2009 aan die lidstaat in het kader van de Verordening was overgedragen, hebben heengezonden en hebben gesommeerd het land te verlaten, kan aan de juistheid van het standpunt van de minister niet afdoen. België is ingevolge artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening gehouden het asielverzoek volledig te behandelen, hetgeen, gelet op de begripsomschrijving in artikel 2, aanhef en onder e, en het bepaalde in artikel 16, vierde lid, mede omvat dat de verantwoordelijke lidstaat de nodige maatregelen neemt en ten uitvoer legt om ervoor te zorgen dat de vreemdeling wiens asielverzoek is afgewezen die lidstaat verlaat en zich begeeft naar zijn land van herkomst of naar een ander land waar hij legaal mag binnenkomen. Indien de vreemdeling meent dat zij aan de eerder bedoelde sommatie van de Belgische autoriteiten niet kan voldoen en België niet kan verlaten om terug te keren naar haar land van herkomst of een ander land waar zij legaal mag binnenkomen, dan dient zij in België een nieuw asielverzoek in te dienen dan wel dit anderszins aan de orde stellen bij de Belgische autoriteiten. Nu de vreemdeling, gelet op het vorenstaande, tot België zal worden toegelaten heeft de minister zich evenzeer terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling, nu zij toegang tot een eerder land van verblijf kan verkrijgen, niet voldoet aan één van de cumulatieve voorwaarden zoals genoemd in B14/3.2 van de Vc 2000.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
