ECLI:NL:RVS:2012:BV7829
Raad van State · 28-02-2012 · zaaknummer 201112031/1/V2
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de Afdeling in de uitspraak van 15 december 2010 strekt niet verder dan dat de minister niet reeds aan het beroep van de vreemdeling op artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn voorbij kon gaan op de enkele grond dat haar asielrelaas ongeloofwaardig is, nu hij in het besluit van 31 mei 2007 de herkomst van de vreemdeling uit Somalië niet uitdrukkelijk heeft bestreden. Nu de minister in het besluit van 17 maart 2011 nog steeds er van uitgaat dat de vreemdeling afkomstig is uit Somalië, doch geen geloof hecht aan de door haar verstrekte gegevens over het tijdstip van vertrek uit dat land, haar laatste verblijfplaats aldaar en haar mogelijkheden om zich in een derde land te vestigen, bestaat er geen grond voor het oordeel dat de minster bij het nemen van dit besluit voormelde uitspraak van de Afdeling niet in acht heeft genomen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
