ECLI:NL:RVS:2012:BV7787
Raad van State · 22-02-2012 · zaaknummer 201112883/1/V3
Inhoudsindicatie
In de door de vreemdeling reeds voor zijn inbewaringstelling overgelegde brief van de Cubaanse consul van 25 augustus 2011 staat, voor zover thans van belang, het volgende. "(..) I have been informed that his permission to travel abroad expired on July/2011, so now he has an emigrant status. In the future he can apply for special permission to visit Cuba for up to 30 days, but first he need obtain a Residence Permit from the Netherlands." De minister heeft ter zitting bij de rechtbank te kennen gegeven dat deze brief aanleiding geeft om contact op te nemen met de Cubaanse autoriteiten. In zijn brief aan de Afdeling van 31 januari 2012 heeft de minister nader toegelicht dat op 13 januari 2012 met de Cubaanse vertegenwoordiging is gesproken en dat bij deze gelegenheid is bevestigd dat de Cubaanse vertegenwoordiger geen laissez passer voor de vreemdeling zal afgeven, omdat hij een "Emigrant Status" heeft. Gelet op de strekking en inhoud van voormelde brief van de Cubaanse consul heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom in het geval van de vreemdeling nog van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Cuba kon worden uitgegaan. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
