ECLI:NL:RVS:2012:BV2890
Raad van State · 30-01-2012 · zaaknummer 201100009/1/V3
Inhoudsindicatie
Zoals eveneens volgt uit voormelde uitspraak van 29 juli 2010, kunnen evenwel bijzondere omstandigheden bestaan die het maken van een uitzondering op het in die context in acht te nemen rechtszekerheidsbeginsel rechtvaardigen. In dit geval heeft de vreemdeling, door bij binnenkomst in Nederland zijn strafrechtelijke verleden in Duitsland te verzwijgen, een eerdere beoordeling van de verblijfsrechtelijke gevolgen daarvan onmogelijk gemaakt. Op het moment dat de minister bekend is geworden met de relevante feiten kon de vreemdeling op grond van die feiten ongewenst worden verklaard. De minister klaagt terecht dat daarin een bijzondere omstandigheid is gelegen als hiervoor bedoeld, op grond waarvan de vreemdeling in dit geval geen beroep toekomt op bescherming door het rechtszekerheidsbeginsel ten betoge dat hij niet ongewenst kon worden verklaard omdat de door hem gepleegde strafbare feiten dateren van vóór de in het WBV 2004/63 neergelegde aanscherping van het beleid en de inhoud van dat WBV derhalve buiten beschouwing moet worden gelaten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
