ECLI:NL:RVS:2012:BV2878
Raad van State · 26-01-2012 · zaaknummer 201103058/1/V4
Inhoudsindicatie
In zijn besluit heeft de minister zich weliswaar op het standpunt gesteld dat <i>de wijze waarop</i> de vreemdeling Iran is uitgereisd, namelijk met behulp van een onbekende man, niet geloofwaardig is, maar heeft hij heeft zich daarbij niet expliciet op het standpunt gesteld dat daarmee eveneens ongeloofwaardig is bevonden <i>dat</i> de vreemdeling illegaal Iran is uitgereisd. Dit in aanmerking genomen en gelet op hetgeen is opgenomen in het door de vreemdeling ingebrachte algemeen ambtsbericht inzake Iran van de minister van Buitenlandse Zaken van oktober 2010 ten aanzien van de risico's die personen die illegaal zijn uitgereisd bij terugkeer mogelijk lopen, heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat het besluit, nu een standpunt inzake dat risico ontbreekt, onvoldoende is gemotiveerd. Dat de minister zich op het standpunt heeft gesteld dat eerdere arrestaties, zowel voor als na de eerdere vlucht van de man naar Nederland en daaronder begrepen de gestelde arrestatie na terugkeer naar Iran na een eerdere illegale uitreis, niet geloofwaardig worden geacht, maakt dat niet anders, nu daarmee het risico dat de vreemdelingen thans bij terugkeer lopen niet is beoordeeld.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
