ECLI:NL:RVS:2011:BV3583
Raad van State · 08-12-2011 · zaaknummer 201012225/1/V2
Inhoudsindicatie
Op grond van artikel 3:2 van de Awb geldt voor de minister een algemene verplichting om bij de voorbereiding van een besluit op zorgvuldige wijze de nodige kennis te vergaren over de voor het nemen van het besluit relevante feiten en omstandigheden. Hierin ligt besloten dat de minister dient te beschikken over voldoende kennis om te kunnen beoordelen welke feiten en omstandigheden relevant zijn in het specifieke geval en op welke wijze de informatie op zorgvuldige wijze kan worden verkregen. In een geval als het onderhavige, waarin het besluit is gebaseerd op door een minderjarige aan de minister tijdens een gehoor verstrekte informatie, zal een besluit niet met de door artikel 3:2 van de Awb vereiste zorgvuldigheid zijn voorbereid, indien de minister zich bij dat gehoor en de waardering van daarbij verkregen informatie geen rekenschap geeft van de minderjarigheid van de vreemdeling en de mate waarin die minderjarigheid al dan niet relevant is voor de eisen die aan de door de vreemdeling verstrekte informatie kunnen worden gesteld. Artikel 17, vierde lid, van de richtlijn legt op de Staat weliswaar een algemene zorgplicht bij het horen van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling en het nemen van een beslissing op diens asielaanvraag rekening te houden met zijn bijzondere behoeften, maar voorziet niet in enige nadere invulling daarvan. Zo wordt niet gespecificeerd over welke kennis de desbetreffende ambtenaar dient te beschikken, dan wel of voor de ambtenaar specifieke opleidingseisen gelden, noch wordt toegelicht waaruit de bijzondere behoeften van niet begeleide - minderjarige vreemdelingen bestaan. Artikel 17, vierde lid, van de richtlijn kent aan een niet-begeleide minderjarige vreemdeling dan ook geen andere rechten en waarborgen toe dan waarin artikel 3:2 van de Awb reeds voorziet. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat artikel 17, vierde lid, van de richtlijn met artikel 3:2 van de Awb niet volledig is geïmplementeerd. Of de minister in een concreet geval bij het horen van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling, dan wel het nemen van het besluit op de asielaanvraag voldoende rekening heeft gehouden met de minderjarigheid, kan door de rechter binnen de door artikel 8:69 van de Awb getrokken grenzen zonder terughoudendheid worden getoetst. Nu de Staat derhalve heeft voldaan aan de verplichting artikel 17, vierde lid, van de richtlijn in het nationale recht te implementeren, wordt aan de vraag of deze bepaling zich al dan niet leent voor directe werking niet meer toegekomen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
