ECLI:NL:RVS:2011:BV0391
Raad van State · 22-12-2011 · zaaknummer 201100531/1/V2
Inhoudsindicatie
ASIEL / Artikel 3 EVRM / Kwetsbare minderheidsgroepen / Er bestaat geen grond voor het oordeel dat Fayli-Koerden in Irak dienen te worden aangemerkt als een groep die systematisch wordt blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen In de door de vreemdeling aangehaalde bronnen is vermeld dat in Irak geregeld aanslagen hebben plaatsgevonden van de zijde van soennitische extremisten, gericht tegen de sji'itische bevolking, en dat ook Fayli-Koerden daar het slachtoffer van zijn geworden. Uit voormelde stukken kan echter niet worden afgeleid dat sprake was van gericht geweld tegen Fayli-Koerden als groep. Nu in de recente ambtsberichten evenmin melding wordt gemaakt van gericht geweld tegen Fayli-Koerden, bestaat geen grond voor het oordeel dat Fayli-Koerden in Irak dienen te worden aangemerkt als een groep die systematisch wordt blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen. De minister heeft zich derhalve terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet reeds vanwege het behoren tot deze groep aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Irak een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling.
Advocaten
- P.C.M. van Schijndel
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
