Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2011:BU7527

Raad van State · 06-12-2011 · zaaknummer 200907949/1/V2

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer uitspraak van 6?juli?2009 in zaak nr.?200901280/1 - www.raadvanstate.nl) heeft, indien de vreemdeling ter staving van zijn identiteit en herkomst een paspoort heeft overgelegd waarvan de echtheid is vastgesteld door de Koninklijke Marechaussee, dan wel het onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris werkend Bureau documenten, hij daarmee voldaan aan de uit artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 voortvloeiende rechtsplicht zijn gestelde identiteit en af- en/of herkomst aannemelijk te maken. In dat geval staat het de staatssecretaris niet vrij aan dat paspoort geen waarde te hechten louter op basis van bij hem gerezen twijfel, ingegeven door de wijze waarop het paspoort is afgegeven en onduidelijkheid over de brondocumenten op basis waarvan het is afgegeven. Als de staatssecretaris het paspoort buiten beschouwing wil laten, ligt het op zijn weg daarnaar onderzoek te laten verrichten bij de Iraakse autoriteiten. Indien hij er evenwel voor kiest dat onderzoek achterwege te laten, dient hij uit te gaan van de in het paspoort vermelde gegevens. Reeds bij zijn eerste aanvraag heeft de vreemdeling een geldig Iraaks paspoort overgelegd uit de S-serie, waarop is vermeld dat hij op 15?januari 1987 in Mosul is geboren. Van dit paspoort is toen door het Bureau documenten vastgesteld dat het echt is. De staatssecretaris heeft sindsdien naar het paspoort geen onderzoek laten verrichten bij de Iraakse autoriteiten, noch te kennen gegeven dit onderzoek achterwege te willen laten. In plaats daarvan heeft hij ook in deze procedure volhard in zijn standpunt dat de vreemdeling er met het overleggen van dat paspoort niet in is geslaagd zijn identiteit en afkomst uit CentraalIrak aannemelijk te maken, omdat het paspoort is afgegeven op basis van documenten, waarvan door het Bureau documenten is vastgesteld dat deze vals zijn. De rechtbank heeft onder verwijzing naar voormelde uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2009 overwogen dat het besluit daarmee onzorgvuldig is voorbereid en in strijd met artikel 3:2 van de Awb is genomen. Hoewel de vreemdeling met het overleggen van het paspoort al in de eerste procedure had voldaan aan de uit artikel 31, eerste lid, van de Vw?2000 voortvloeiende rechtsplicht zijn identiteit en afkomst uit CentraalIrak aannemelijk te maken, heeft voormelde handelwijze van de staatssecretaris tot gevolg dat ook thans nog niet vaststaat of hij van de door de vreemdeling gestelde identiteit en afkomst uitgaat. Evenmin is duidelijk of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was of is van een rechtsgrond voor verlening, indien van de in het paspoort vermelde gegevens was uitgegaan en welke gevolgen dat heeft voor het op de aanvraag te nemen besluit. Het was in de eerste plaats aan de staatssecretaris en niet aan de rechtbank om daarover een standpunt in te nemen. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank ten onrechte grond gezien de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.