ECLI:NL:RVS:2011:BU5567
Raad van State · 23-11-2011 · zaaknummer 201110350/1/R2 en 201110379/1/R2
Inhoudsindicatie
<b>RWE mag voorlopig doorgaan met bouw van kolencentrale in Eemshaven</b> Het college van gedeputeerde staten van Groningen mocht besluiten de bouw van de kolengestookte elektriciteitscentrale van RWE in de Eemshaven voor een periode van negen maanden te gedogen. Ook mocht het provinciebestuur het verzoek van Greenpeace en Stichting Natuur en Milieu afwijzen om maatregelen te treffen tegen de bouw. Dit blijkt uit een uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (23 november 2011). Greenpeace en Stichting Natuur en Milieu hadden een spoedprocedure aangespannen, omdat RWE na de uitspraak van de Raad van State van augustus jl. niet meer over een zogenoemde 'natuurvergunning' beschikt en de bouw van de centrale nadelige gevolgen zou hebben voor de nabijgelegen beschermde natuurgebieden. In deze spoedprocedure komt de Raad van State voorlopig tot het oordeel dat 'voldoende aannemelijk is gemaakt' dat de activiteiten die de gedoogvergunning voor een tijdelijke periode toestaat 'geen significante gevolgen' zullen veroorzaken voor het beschermde gebied. Om deze reden kan het provinciebestuur dan ook voor deze periode de activiteiten gedogen die nodig zijn voor het afbouwen van de kolencentrale in de Eemshaven. Hieronder vallen overigens niet de werkzaamheden die nodig zijn voor de zogenoemde laagbouw, bestaande uit een kantoorgebouw, een werkplaats en een magazijn, en voor de exploitatie van de centrale. RWE heeft te kennen gegeven in maart 2012 een nieuwe aanvraag voor de vereiste natuurvergunning voor het gehele project in te dienen bij het college van gedeputeerde staten van Groningen. De Raad van State heeft de natuurvergunning van RWE in een uitspraak van 24 augustus 2011 vernietigd. Naar het oordeel van de Raad van State was de zogenoemde 'passende beoordeling' van de mogelijke nadelige gevolgen van de vergunning voor het beschermde gebied onvolledig. Omdat voor een eventuele nieuwe vergunning ook een nieuwe aanvraag noodzakelijk was, heeft de Raad van State toen zelf de bestaande vergunning geweigerd. Greenpeace en de Stichting Natuur en Milieu vrezen onomkeerbare gevolgen door de voortdurende bouwactiviteiten aan de centrale. Omdat sinds 24 augustus een natuurvergunning voor die activiteiten ontbreekt, hebben ze het provinciebestuur verzocht handhavend op te treden tegen de activiteiten. In afwachting van een beslissing op hun bezwaren door het provinciebestuur, hebben ze de Raad van State verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Rechters
Advocaten
- B.N. Kloostra
- D.N. Broerse
- H.J.M. Besselink
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van gedeputeerde staten van Groningen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Groningen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
