ECLI:NL:RVS:2011:BU4110
Raad van State · 09-11-2011 · zaaknummer 201106883/1/V3
Inhoudsindicatie
Anders dan de minister betoogt, is met artikel 62, derde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 niet voldaan aan het in artikel 3, zevende lid, van de Terugkeerrichtlijn gestelde vereiste dat een risico op onderduiken moet zijn gebaseerd op objectieve, in wetgeving vastgelegde criteria. Ook bezien in samenhang met de Memorie van Toelichting op de Vw 2000 (Kamerstukken II 1998/99, 26 732, nr. 3, blz. 64) – waarin, voor zover thans van belang, staat vermeld dat in het derde lid de vertrektermijn is neergelegd van de vreemdeling die onmiddellijk voorafgaand aan zijn binnenkomst in Nederland geen rechtmatig verblijf heeft gehad, hetgeen wil zeggen nimmer een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, waarmee wordt gedoeld op de vreemdeling die illegaal in Nederland verblijft – behelst deze bepaling louter een omschrijving van een categorie vreemdelingen, zonder dat daarin een nadere uitwerking van objectieve criteria is opgenomen op grond waarvan op individuele basis het risico op onderduiken kan worden beoordeeld. Als gevolg daarvan ziet deze bepaling op een zeer ruime kring van personen. Dat in individuele gevallen bij de beoordeling of een vreemdeling onder het toepassingsbereik van voormelde bepaling valt tevens kan worden betrokken of de vreemdeling ook in bewaring is gesteld en zo ja, of uit de gronden waarop die maatregel berust onttrekkingsgevaar kan worden afgeleid, maakt dat niet anders. Die nadere motivering is niet van belang voor het antwoord op de vraag of de desbetreffende vreemdeling onder de in die bepaling bedoelde categorie van vreemdelingen valt, terwijl het enkele behoren tot die categorie, gelet op de imperatieve formulering van artikel 62, derde lid, van de Vw 2000, reeds grond is om de betrokken vreemdeling een vertrektermijn te onthouden. Bovendien zijn de criteria op grond waarvan een vermoeden van onttrekking aan de uitzetting mag worden aangenomen, en waarop de gronden die aan een inbewaringstelling ten grondslag kunnen worden gelegd steunen, neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000. Dat is niet in overeenstemming met het door artikel 3, zevende lid, van de Terugkeerrichtlijn vereiste niveau van regulering.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
