ECLI:NL:RVS:2011:BU4108
Raad van State · 09-11-2011 · zaaknummer 201107381/1/V3
Inhoudsindicatie
De minister klaagt terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat bij besluit van 5 januari 2011 een op 30 december 2010 door de vreemdeling ingediende aanvraag om hem een verblijfvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is afgewezen. Zoals onder meer volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 21 maart 2011 in zaak?nr. 201100493/1/V3 (www.raadvanstate.nl), behoeft na een afwijzend besluit op een asielaanvraag geen afzonderlijk terugkeerbesluit meer te worden genomen. Nu gelet op voormelde uitspraak in zaak nr. 201100307/1/V3 aan de op 14?december 2010 genomen maatregel tot inbewaringstelling van de vreemdeling geen terugkeerbesluit ten grondslag behoefde te worden gelegd en aan een eventuele toekomstige inbewaringstelling het in de meeromvattende beschikking van 5?januari?2011 vervatte terugkeerbesluit ten grondslag zal kunnen worden gelegd, had de vreemdeling in zoverre geen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit op bezwaar van 16 februari 2011. Gesteld noch gebleken is dat de vreemdeling anderszins nog belang had bij een zodanige beoordeling. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte nagelaten het tegen voormeld besluit ingestelde beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk te verklaren.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
