ECLI:NL:RVS:2011:BT8378
Raad van State · 11-10-2011 · zaaknummer 201108171/1/V4
Inhoudsindicatie
Ten tijde van het opleggen van de maatregel van bewaring is niet gebleken van zodanige psychische problemen van de vreemdeling dat de minister aanleiding had moeten zien daarmee in het kader van de belangenafweging rekening te houden. Ter zitting bij de rechtbank van 18 juli 2011 heeft de vreemdeling onder meer voormelde brief van Landman van 18 juli 2011 overgelegd. Eerst na overlegging van deze brief bestond voor de minister aanleiding om een onderzoek in te stellen naar de detentiegeschiktheid van de vreemdeling.Nu de brief van Landman van 18 juli 2011 op zichzelf onvoldoende grond biedt voor het oordeel dat de vreemdeling niet detentiegeschikt is en de minister niet in de gelegenheid is gesteld om voorafgaand aan de sluiting van het onderzoek de detentiegeschiktheid van de vreemdeling te onderzoeken, heeft de rechtbank ten onrechte aanleiding gezien om de bewaring met ingang van 18 juli 2011 onrechtmatig te achten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
