ECLI:NL:RVS:2011:BT6979
Raad van State · 30-09-2011 · zaaknummer 201100452/1/V2
Inhoudsindicatie
Door onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling van 10 juni 2010 in zaak nr. 201000608/1/V1 en 9 april 2010 in zaak nr. 200807306/1/V2 (www.raadvanstate.nl) te overwegen dat de minister ten onrechte geen standpunt heeft ingenomen over de gestelde herkomst van de vreemdeling, gelet op diens beroep op artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, heeft de rechtbank niet onderkend dat de minister in deze zaak, anders dan in het geval was in de zaken die leidden tot de uitspraken van 10 juni 2010 en 9 april 2010, de deze vreemdeling identificerende gegevens niet geloofwaardig heeft geacht. Hij heeft immers aan het besluit ten grondslag gelegd dat de vreemdeling het onderzoek heeft gefrustreerd, zodat hij geen inhoudelijke beoordeling van zijn aanvraag kan verrichten. De minister klaagt dan ook terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het besluit van de minister niet deugdelijk is gemotiveerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
