ECLI:NL:RVS:2011:BT2618
Raad van State · 13-09-2011 · zaaknummer 201103977/3/V1
Inhoudsindicatie
Dat de toepassing door de minister van artikel 3.87 van het Vb 2000 jegens de vreemdeling niet voorzienbaar was omdat, zoals de vreemdeling heeft aangevoerd, deze bepaling nooit eerder is toegepast, valt, naar voorlopig oordeel, niet in te zien. Voor zover de vreemdeling heeft verwezen naar het arrest van 23 september 2010 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Bousarra tegen Frankrijk, zaak nr. 18283/06, JV 2010/433, heeft de minister, eveneens naar voorlopig oordeel, voldoende gemotiveerd uiteengezet dat de in die zaak aan de orde zijnde feiten dusdanig verschillen van de feiten in onderhavige zaak dat de vreemdeling zich niet met succes op dit arrest kan beroepen.
Rechters
Advocaten
- G.M.H. Hoogvliet
- V. Zuiderbaan
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
